Regelgeving voor energiezuinigheid

Aan welke eisen moeten woningen en utiliteitsgebouwen voldoen?

Woningen en bedrijfspanden zijn de grootste energieverspillers. Om die verspilling een halt toe te roepen, stellen de Europese Unie en de Nederlandse overheid steeds hogere eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen. Deze eisen gelden voor bijna iedereen die een woning of utiliteitsgebouw verkoopt, verhuurt of oplevert. Op deze pagina zetten we de belangrijkste voorschriften op een rij.

  1. Europese regelgeving
  2. Nederlandse regelgeving (Bouwbesluit)
  3. Energieprestatiecoëfficiënt (EPC)
  4. Eisen aan warmte-isolatie vloeren, gevels en daken (Rc)
  5. Energielabel en energiecertificaat (Energie-Index)

[ 1 ] Europa: bijna energieneutraal na 2020

De Nederlandse regelgeving loopt volledig in de pas met het Europese energiebesparingsbeleid. Van 'Brussel' mogen er na 2020 alleen nog gebouwen worden gebouwd die bijna energieneutraal zijn. Hiertoe hebben de lidstaten van de Europese Unie enkele jaren geleden een 'Energy Performance of Buildings Directive' (EPBD) opgesteld'. In deze richtlijn zijn de minimale energieprestaties van gebouwen vastgelegd. Met een ambitieus Energy Efficiency Plan werkt de EU sinds 2011 stap voor stap toe naar het uiteindelijke doel: 20% minder energieverbruik in 2020.

[ 2 ] Nederland: Bouwbesluit verder aangescherpt

In Nederland is vooral het Bouwbesluit maatgevend voor de eisen aan de energieprestaties en isolatie van gebouwen. De laatste versie van dit 'handboek' met bouwtechnische voorschriften dateert van 2012.

In lijn met de EPBD-richtlijn zijn op 1 januari 2015 de eisen opnieuw fors aangescherpt aan de energieprestaties van woningen en gebouwen en de thermische isolatie van vloeren, gevels en daken. Daarmee is een flinke stap gezet richting de Europese doelstelling voor 2020.

Bij energiebesparing telt elk detail

Om te kunnen voldoen aan de strengere eisen, telt elk detail. Uiteraard moeten de vloeren, gevels en daken volkomen kierdicht zijn en perfect isoleren. Maar ook de vormgeving en de situering van het gebouw ten opzichte van de zon, het gebruik van HR++-glas en de energiezuinigheid van verwarming, tapwater en ventilatie (denk aan systemen met warmtepompen) spelen een belangrijke rol bij het energiezuinig maken van een gebouw.

ytong massiefblok

 

[ 3 ] Maximale EPC verlaagd van 0,6 naar 0,4
De energieprestatie van gebouwen wordt uitgedrukt in EPC, de energieprestatiecoëfficiënt. Hoe lager de EPC, hoe energiezuiniger het gebouw. De nieuwe EPC-eisen variëren per gebouwfunctie. De eisen aan woningen zijn veel strenger dan die aan utiliteitsgebouwen:
Wonen: 0,4 (was 0,6)
Bijeenkomsten: 1,1 (was 2,0)
Gezondheidszorg (met bedgebied): 1,8 (was 2,6)
Gezondheidszorg overig: 0,8 (was 1,0)
Kantoor: 0,8 (was 1,1)
Logiesfunctie (hotels, etc.): 1,0 (was 1,8)
Onderwijs (scholen, universiteiten, etc.): 0,7 (was 1,3)
Sport (bijv. sport- en gymzalen): 0,9 (was 1,8)
Winkelfunctie: 1,7 (was 2,6)

De methoden voor het berekenen van de EPC bij nieuwbouw van woningen en utiliteitsgebouwen staan in de norm '7120 Energieprestatie van gebouwen' (EPG).

[ 4 ] Aparte isolatie-eisen voor vloeren, gevels en daken (Rc)
De warmteweerstand van de gebouwschil wordt uitgedrukt in Rc. Hoe hoger de Rc-waarde, hoe beter de schil isoleert. Voorheen gold er een Rc-eis van 3,5 m².K/W voor de hele schil. Sinds 1 januari 2015 stelt het Bouwbesluit aparte eisen aan vloeren, gevels en daken.
Vloer: Rc minimaal 3,5 m².K/W (was 3,5)
Gevel: Rc minimaal 4,5 m².K/W (was 3,5)
Dak: Rc minimaal 6,0 m².K/W (was 3,5)

De methoden voor het berekenen van de Rc-waarde staan in de norm 'NEN 1068' en de praktijkrichtlijn 'NPR 2068'.

 

multipor

[ 5 ] Energielabel en Energie-Index
Zowel woningen als utiliteitsgebouwen moeten bij verkoop, verhuur of oplevering zijn voorzien van een energielabel of energiecertificaat (Energie-Index). Het label of certificaat geeft de nieuwe eigenaren of huurders een indicatie van de energiezuinigheid van het pand dat ze op het oog hebben. Wie bij de overdracht geen kopie van een geldig energielabel of -certificaat kan tonen, riskeert een boete van € 405,-. Bij utiliteitsgebouwen kan die boete zelfs oplopen tot € 20.250,-.

Energielabel voor woningen
Voor woningen zijn er sinds 1 januari 2015 twee typen energielabels:
  1. 'Energielabel: vereenvoudigd label'. Begin 2015 ontvingen alle 5 miljoen woningeigenaren een voorlopig energielabel. Door 10 vragen te beantwoorden over onder meer de beglazing, isolatie, verwarming en ventilatie, kan de eigenaar het voorlopige label definitief maken. De antwoorden moeten wel eerst (online) worden gecontroleerd door een erkende deskundige, bijvoorbeeld een hiervoor gecertificeerde makelaar. De deskundige kan men zelf selecteren uit een lijst bij het digitaal indienen van de aanvraag via www.energielabelvoorwoningen.nl. Het definitieve label is 10 jaar geldig. In plaats van een energielabel mag ook een Energieprestatieadvies (EPA) worden overhandigd, mits het advies is opgesteld tussen 1 juli 2002 en 31 december 2007.
  2. 'Energiecertificaat: NEN7120 + Nader Voorschrift', ofwel: Energie-Index. De Energie-Index is gebaseerd op 150 kenmerken en is daarmee veel uitgebreider dan het energielabel. De index is vooral van belang voor woningcorporaties en hun huurders. De energiezuinigheid van een sociale woning heeft namelijk invloed op de 'huurpunten' en daarmee op de maximale huurprijs. Woningeigenaren die een groene hypotheek willen aanvragen, moeten eveneens een energiecertificaat kunnen overhandigen.

Energielabel voor utiliteitsbouw
Ook bij verkoop, verhuur of oplevering van utiliteitsgebouwen is een energielabel tegenwoordig verplicht. De klassering voor utiliteitsgebouwen loopt van A++++ t/m G. Alleen energieadviseurs met een BRL-certificaat mogen een energielabel voor utiliteitsgebouwen afgeven.

Een Energielabel of Energie-Index is niet vereist voor o.a.:
  • monumenten;
  • woonboten;
  • religieuze gebouwen;
  • vrijstaande gebouwen tot 50 m² gebruiksoppervlak;
  • industriële gebouwen;
  • schuren, garages e.d.;
  • tijdelijke gebouwen, zoals bouwketen, noodwinkels en noodlokalen bij scholen.